|
De waardering voor de
Wet WOZ, wat gebeurt er nou precies?
|
|
|
Met ingang van 2007 bepalen we
jaarlijks de waarde van alle onroerende zaken binnen onze gemeente. Dit
is in de Wet waardering onroerende zaken (Wet WOZ) vastgelegd. Het
proces van waardebepaling wordt zorgvuldig uitgevoerd. Het wordt
bovendien gecontroleerd door een onafhankelijk orgaan, de
Waarderingskamer. Waarschijnlijk bent u zelf nog kritischer. Het gaat
per slot van rekening om uw bezit. Daarom geven wij u inzicht in de
uitvoering van de Wet WOZ en het proces van taxeren. |
|
|
1. We verzamelen en beoordelen alle
nodige informatie over de gebouwen in onze gemeente. We maken grofweg
een onderscheid tussen: |
|
|
a Vastgoedgegevens
Vastgoedgegevens zijn objectkenmerken zoals de inhoud en het bouwjaar
van een woning. Door inventarisaties houden wij deze gegevens zo
actueel mogelijk. Van het Kadaster krijgen we wijzigingen door in
bijvoorbeeld grondoppervlaktes. Ook andere afdelingen van de gemeente
zoals Bouwen, Milieu en Veiligheid geven veranderingen aan ons door.
|
|
|
b Marktgegevens
Onder marktgegevens verstaan we onder andere verkoopcijfers, huur- en
vraagprijzen. De gemeente verzamelt en registreert ze allemaal. Ze
komen hoofdzakelijk van het Kadaster, een openbaar register. Daarnaast
verzamelen we gegevens uit publicaties van makelaars, uit
vaktijdschriften, uit kranten en van het internet. Al deze
marktgegevens worden gekoppeld aan typen woningen en wijken. Gaat het
om een appartement, eengezinswoning, een vrijstaande villa.... ? En
waar is het pand gelegen? Vervolgens worden deze gegevens verder
vergeleken en beoordeeld per woning. Zo volgen we de
marktontwikkelingen nauwgezet. De WOZ-taxateur krijgt daarmee een
objectief inzicht in de prijsontwikkeling van de onroerende zaken.
|
|
|
2. Vervolgens stelt de taxateur de
waarde vast. U heeft dat in de vorige periode
al gemerkt.
Lees meer
De
cyclus van opnieuw taxeren voor de Wet WOZ noemen we de herwaardering.
De vastgestelde periode waarvoor de waardering plaatsvindt noemen we
een tijdvak. De datum waarnaar getaxeerd wordt heet de
(waarde)peildatum. Met ingang van 2007 worden de waarden
jaarlijks vastgesteld.
Het tijdvak waarin de eerste WOZ-waardering plaatsvond, besloeg de
periode 1997 tot en met 2000. De peildatum was 1 januari 1995. Het
tijdvak besloeg toen nog vier jaar. In 2005 ging een overgangsperiode
in, met een tijdvak van twee jaar. Inmiddels beslaat een tijdvak
één jaar.
Per 2001 zijn alle onroerende zaken van een nieuwe waarde voorzien. Bij
de bepaling van deze waarde werd uitgegaan van de peildatum 1 januari
1999. De waarde die uw onroerende zaak op die datum had, bepaalde de
belastingheffing over de jaren 2001 tot en met 2004.
Voor 2005 was de waardepeildatum 1 januari 2003 en was de waarde voor
de jaren 2005 en 2006 geldig.
Sinds 2007 beslaat een tijdvak één belastingjaar.
Het opnieuw waarderen van alle WOZ-objecten is uiteraard een
omvangrijke klus. Bij het taxeren van zo veel woningen en bedrijven
wordt niet ieder object van binnen bekeken. Wel worden de vele
kenmerken die een waarde kunnen beïnvloeden, beoordeeld en
vergeleken met de objecten die zijn verkocht rond de waardepeildatum.
De WOZ-waarde die nu op de beschikking wordt vermeld, geldt voor het
kalenderjaar 2009. Het is mogelijk dat de marktwaarde van uw pand in de
loop van het jaar stijgt of daalt. Dit heeft geen invloed op de
vastgestelde WOZ-waarde.
|
|
|
a We bepalen de waarde van
woningen
Welke prijs is een koper bereid te betalen op de vrije markt? Wanneer
het pand leeg wordt verkocht en onmiddellijk zou kunnen worden
gebruikt? Deze prijs noemen we de vrije verkoopwaarde van het
pand.
De gemeente stelt deze waarde niet ‘zomaar’ vast. U
vindt een onderbouwing van de waarde op uw taxatieverslag. De
taxatiedeskundige van de gemeente gaat uit van de marktwaarde op de
peildatum. Het gaat om het bedrag dat een pand zou kunnen opbrengen
wanneer er geen belemmeringen zijn bij de verkoop. Dat betekent: geen
erfpacht, hypotheek of een zittende huurder.
Huurwoningen worden getaxeerd alsof ze kunnen worden verkocht (alsof
het eigen woningen zijn).
Per wijk zijn alle panden die verkocht zijn rond de peildatum
geanalyseerd. Sommige panden worden gebruikt als onderbouwend
marktgegeven. Dit zijn gebouwen met bruikbare verkoopcijfers, zonder
bijzondere waardebepalende omstandigheden. Referentieobjecten zijn
representatief voor panden in een bepaalde wijk of in een bepaalde
categorie. Met behulp van onderbouwende marktgegevens worden de overige
panden vakkundig gewaardeerd. Elk pand wordt in principe onderbouwd met
3 vergelijkbare marktgegevens.
De verkoopprijzen en getaxeerde waarden van deze objecten vindt u terug
op het taxatieverslag van uw pand. Dit is de onderbouwing van de
waarde. Daarnaast treft u op het taxatieverslag informatie aan over
type, bouwjaar, indeling, oppervlakte, adresgegevens en kadastrale
aanduiding van uw pand. En natuurlijk de vastgestelde waarde.
|
|
|
b We bepalen de waarde van kantoren en bedrijven
Bij
de waardebepaling voor kantoren en bedrijven gaan we uit van de
‘waarde in het economische verkeer’.
Om de waarde van een pand te bepalen wordt uitgegaan van de huurprijs
per vierkante meter. Deze huurprijs vermenigvuldigen we met de bruto
vloeroppervlakte van het pand en met de kapitalisatiefactor.
Voor elk kantoor of bedrijf wordt een kapitalisatiefactor bepaald. De
taxatiedeskundigen van de gemeente voeren een analyse van de
marktgegevens uit. Op grond hiervan bepalen ze de basiswaarden voor de
diverse kapitalisatiefactoren.
De kapitalisatiefactor is afhankelijk van het type kantoor of bedrijf
en het risico dat een investeerder loopt. Zo zijn leegstand, de
bouwwijze en het onderhoud van invloed. Heeft een pand een verhoogd
risico om leeg te komen staan? Dan wordt de kapitalisatiefactor lager.
Ook een hogere onderhoudsgevoeligheid verlaagt de kapitalisatiefactor.
Op deze manier vertaalt de kapitalisatiefactor de huurprijs in een
waarde.
Huurprijs, oppervlakte en kapitalisatiefactor vindt u terug op het
taxatieverslag. Op het taxatieverslag treft u ook adresgegevens,
kadastrale aanduiding, indeling en voorzieningen aan.
|
|
|
3. Alle belanghebbenden krijgen een
waardebeschikking. Lees
meer
Het
kan voorkomen dat voor één pand twee
waardebeschikkingen worden verstuurd, één voor de
eigenaar en één voor de gebruiker. Dit heeft te
maken met het feit dat zij beiden een aanslag krijgen voor de
onroerende-zaakbelastingen (OZB). De OZB voor eigenaren wordt geheven
van personen die een onroerende zaak geheel of gedeeltelijk in eigendom
hebben. Daaronder vallen ook vruchtgebruikers en erfpachters. De OZB
voor gebruikers wordt alleen geheven van degenen die een onroerende
zaak huren of gebruiken, mits dit geen woning betreft. Gebruikers van
woningen hoeven met ingang van 2006 geen OZB meer te betalen. Voor de
omslag gebouwd van het waterschap, de inkomstenbelasting en de
vermogensbelasting zijn alleen de eigenaren belastingplichtig. Voor de
huurder van een niet-woning wordt de waardebeschikking dus alleen
gebruikt voor de aanslag OZB.
|
|
|
4. We registreren alle relevante
gegevens, ook die van uw huis of bedrijf. U kunt de geregistreerde
gegevens van uw pand
on-line opvragen |
|
|
De WOZ-waardering is een continu
proces, waarin wij voortdurend een zo hoog mogelijke kwaliteit bewaken. |
|